Samenvatting
Op 1 juni 1642 kon pastoor Schink het genadebeeld, een prentje voorstellende Onze Lieve Vrouw van Luxemburg, in het door Busman gebouwde kapelletje plaatsen. Reeds op deze eerste dag kwam een grote mensenmenigte uit Geldern en omliggende plaatsen naar dit kapelletje. Er gebeurden in de jaren daarna veel wonderen, die nauwkeurig opgeschreven werden. Nog altijd is Kevelaer een bekende Mariabedevaartsplaats. Wel niet zo groot en befaamd als het Zuidfranse Lourdes, maar toch altijd nog goed voor bijna een miljoen pelgrims per jaar. Dit boek Devotelyck naer Kevelaer vertelt erover, met speciale aandacht voor de Kevelaergangers van de Rijnlandse Processie, die in 2012 honderd jaar bestaat.
Uit het boek
Hoewel Kevelaer in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen ligt, is het toch in het verleden weleens een Nederlandse bedevaartsplaats genoemd. In het bijzonder monseigneur Th. G. A. Hendriksen (1907-2001), van 1961 tot 1969 hulpbisschop van het aartsbisdom Utrecht, noemde de populaire Mariastad graag zo. Hij baseerde deze stelling in zijn bijdrage over de historische banden van Kevelaer met Nederland in het magistrale jubileumboek Consolatrix Afflictorum uit 1992 bij gelegenheid van driehonderdvijftig jaar Kevelaer als bedevaartsoord op het feit, dat in de dagen dat Kevelaer bedevaartsoord werd, het bestuurlijk gezien tot de provincie Gelderland behoorde. Dit gebied werd door de Bourgondiërs en Habsburgers (Karel V en Filips II) tot de toekomstige Nederlanden gerekend en is thans nog grotendeels Nederlands. Deze provincie ontleent zijn naam zelfs aan Gelre, dat evenals Kevelaer in ditzelfde deel van Gelderland lag.
De historicus pater J. A. F. Kronenburg CssR (1853-1940) noemde in 1914 in zijn Maria’s heerlijkheid in Nederland, een achtdelige geschiedkundige studie over de verering van de H. Maagd in Nederland, Kevelaer ‘de meest Nederlandse’ bedevaartsplaats. Niet alleen omdat Kevelaer tot het hertogdom Gelre in de Spaanse Nederlanden behoorde, maar ook omdat het destijds in het diocees Roermond lag en tot 1801 daaraan verbonden is gebleven. Hij vond Kevelaer vooral de meest Nederlandse bedevaartsplaats omdat het katholieke Nederland de beeltenis van de Troosteres van de Bedroefden daar vanaf het begin heeft vereerd, jaarlijks duizenden mensen uit de Nederlanden er heen gingen en dat geen katholiek in ons land dit Duitse Wallfahrtort níet kent.
Over de auteur
De schrijver van dit boek, Hans van der Wereld (Hoogmade, 1947), is historicus met een speciale belangstelling voor de kerkelijke geschiedenis van het gebied rondom het Braassemermeer. Over dit onderwerp heeft hij al meerdere publicaties op zijn naam staan. Zijn meest recente werk op dat terrein is Hoe Hoogmade kerkelijk onder dak kwam, dat in 2006 verscheen. Bij Boekscout.nl verscheen in 2008 Breng het maar naar de veldwachter en in 2011 kwam zijn boek Narigheid in de heerlijkheid uit.