Samenvatting
De liefdevolle betrekking tussen Clara Schumann en Johannes Brahms, is onderwerp van dit derde deel. Hun overgebleven correspondentie vormt het vertrekpunt en wordt aangevuld met dagboekaantekeningen en correspondentie met talloze andere vrienden en familieleden. Zo beschrijft de auteur het persoonlijke én artistieke leven van beide kunstenaars langs belangrijke muziekhistorische en ontwikkelingen van de 19de eeuw. Uiteindelijk ontstaat hiermee een document, dat in het Nederlands taalgebied tot op heden niet beschikbaar was. Terwijl Clara uitgroeit tot een vooraanstaande concertpianiste, ontwikkelt Johannes zich tot de toonaangevende componist van zowel muziekwerken, die zijn vriendin inspireerde én wel voorbestemd moest zijn voor een onsterfelijke plaats in de muziekgeschiedenis!
Uit het boek
Een coalitie van conservatieve krachten had in 1879 de (Duits) liberalen vervangen in de centrale Oostenrijkse regering. Dit ging zeer tegen de zin in van Johannes Brahms en heeft waarschijnlijk bijgedragen tot zijn keuze van zomerlokaties in de jaren daarna. De componist beschouwde zichzelf - zich steeds meer bewust wordend van de politieke veranderingen om hem heen, in Oostenrijk en speciaal in Wenen - als een ‘politieke vluchteling’. Dat wil zeggen een liberaal Duitser in een depressief, emotionele staat, die zich voorlopig afkeert van de Tsjechisch/Poolse clericale meerderheid in het Oostenrijkse parlement.
Ook in het gedrag van Johannes Brahms zijn er al momenten geweest en zullen er nog volgen, waarop zijn optreden, dan wel uitspraken gekarakteriseerd kunnen worden als onhandig, of van slechte smaak, ja, misschien zelfs als anti-semitisch. De componist houdt van humor en grapjes, waarin tot uitdrukking komt, dat Joden geneigd zijn zélf de draak te steken met hun eigen zwakheden. Echter, vanaf het moment dat anti-semitische tendenzen de kop opsteken, blijft dit achterwege, omdat het de anti-semieten in de kaart zou spelen. Bekend is dan nog het incident op 3 december 1893, waarop in een concert van het ‘Gesellschaft der Musikfreunde’ een uitvoering plaats vindt van een koorwerk van Karl Goldmark, op de tekst ‘Wer sich die Musik erkiest’ van Martin Luther. De luid geuite opmerking van Johannes Brahms "Is het niet vreemd, dat een Jood een tekst van Martin Luther op muziek zou zetten?", wordt aanvankelijk opgevat als een agressief bezwaar tegen het gebruik van die tekst door de Joodse componist. Karl Goldmark zélf zal het later in zijn memoires omschrijven als een uit frustratie en woede gemaakte opmerking, omdat Johannes Brahms het zichzelf kwalijk nam de tekst over het hoofd te hebben gezien. Eveneens dat Johannes Brahms nu eenmaal niet gewend is aan het zichzelf onder controle en zijn mond te houden.
Over de auteur
"Reeds bij het uitkomen van Deel 1 en 2 gaf ik aan dat mijn passie voor klassieke muziek, het ‘virus’ om te gaan schrijven heeft ontwikkeld. Ik presenteer opnieuw een boeiend overzicht, met inzage in prestaties en belevenissen uit het muzikale leven van Clara Schumann en Johannes Brahms. Ook een document, dat een groeiend enthousiasme teweegbracht, getuige de reacties uit het veld van de klassieke muziek. Ik geef met Deel 3, dat de periode bestrijkt van 1882-1890, opnieuw een inkijk in het persoonlijke en artistieke leven van deze bijzondere muziekvrienden."