Samenvatting
Het boerenarbeidersgezin Zorgdrager leidt een armoedig bestaan. Vader Zorgdrager stuurt de elfjarige Cornelis naar Groningen zodat hij als fokkenmaat kan varen aan boord van de koftjalk ‘Neerlandia’. Het bevalt hem goed. Jaren later krijgt Cornelis zijn eigen schip en trouwt hij met Stephanie. Samen krijgen ze een zoon genaamd Bram. Uiteindelijk bouwt Cornelis met behulp van een boeren echtpaar dat hem lief is een rederij op. Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakt Cornelis en zijn bemanning, tijdens de vaart voor de Engelse marine, angstige en zeer gevaarlijke momenten mee.
Een stukje Hollands Glorie verweven in een nautische roman die zich afspeelt tussen 1910-1945.
Uit het boek
David pakt de kijker en tuurt naar het licht aan de horizon. Hij ziet geen licht, maar vlammen.
"Dat is een schip in nood mijn jongen, dat is geen vast licht. Stuur jij maar op het vuur aan dan ga ik de kapitein even roepen."
Cornelis ligt net in diepe slaap als er op de deur van de hut wordt geklopt. Hij schiet zijn kooi uit en heeft al in de gaten dat ze een andere koers varen, of de wind moet verschrikkelijk zijn gedraaid. Hij schiet zijn broek aan, doet de deur van zijn hut open en kijkt recht in het gezicht van David.
"Cornelis, kom er even bij, wij hebben een noodvuur aan de horizon en varen er nu recht op af."
Als Cornelis ook in de stuurhut komt, pakt hij direct de kijker en tuurt naar het licht in de verte.
"Het is nogal wat mijl weg", zegt Cornelis, "roep Leo er maar bij. Ik wil vol vermogen, wij moeten ons haasten."
Maar net als David Harry naar beneden wil sturen om de machinist te porren, komt de rest van de bemanning de stuurhut al in.
"Mannen", roept Cornelis, "wij hebben een noodvuur recht vooruit, ik wil er zo snel mogelijk heen. Leo, ga jij naar beneden en haal alles wat je hebt uit de motor, elke minuut telt!"
Boris staat achterin de stuurhut en stelt voor om maar een grote pot koffie te gaan maken, het wordt voor iedereen een lange nacht.
Het vuur nadert niet snel, maar komt wel steeds dichterbij. Als de contouren van het schip in zicht zijn, heeft iedereen al snel in de gaten dat het een gemotoriseerde grote klipper is met beperkt zeiltuig.
Achterhalen wat er aan de hand is blijkt lastig, er wordt gegist. Als het een gemotoriseerde klipper is en de motor is defect, dan kan men nog met het zeilen uit de voeten. De bemanning begrijpt niets van de situatie.
Over de auteur
"Ik ben in 1954 geboren in IJmuiden en woon daar nog steeds. Opgegroeid aan de kust ben ik altijd geïnteresseerd geweest in de scheepvaart. Scheepvaart is ook mijn werkende leven geworden. Net als de hoofdpersoon in het boek ben ik begonnen als matroos. Tijdens mijn vrijetijd aan boord schreef ik al. Op mijn 50e heb ik me tot doel gesteld om mijn eerste boek uit te geven en dat is gelukt. ‘Van Fokkenmaat tot Hemelvaarder’ is inmiddels mijn zevende boek."