Samenvatting
Gijsbert van Schie beschrijft zijn belevenissen als missionaris-leraar in Indonesië, zowel in Toradjaland als op Papua. Een stuk geschiedenis van de jonge staat Indonesië, inclusief de soms bloedige strijd van guerrilla’s tegen de genoemde staat zijn daar onderdeel van. Als leraar klom hij op van de lagere naar de hogere middelbare school in Toradjaland en Makassar. Later bracht hij het tot lector aan de Theologische Hogeschool en tevens directeur van het internaat voor hogeschoolstudenten in Abepura op Papua. Hier maakte hij kennis met Papua-studenten die vast van plan waren ooit voor de onafhankelijkheid van hun land te strijden.
Uit het boek
Ik pak mijn koffers uit in de voor mij bestemde kamer van zes maal vijf meter. De muren zijn van grauwbekalkt pleisterwerk, door groene latten in vakken verdeeld. De cementen vloer is vol scheuren en gaten. Overal zitten spinnen en mieren. De vensters zijn slechts houten luiken zonder glas. Er staat een houten krib met groene klamboe, een vrij mooi blijkbaar verdwaald dressoir, een oude schrijftafel met verroeste sloten, en op een kist staat een vuile schaal met waswater.
Vanuit dit ‘eigen’ plekje mag ik gaan werken. Ik maak er mijn ‘voorlopig thuis’ van...
Over de auteur
"In 1949 vertrok ik als missionaris-leraar naar Indonesië alwaar ik gedurende 40 jaren werkzaam was, eerst in Toradjaland en Makassar, later op Papua. In 1989 ging ik met emeritaat en verbleef jaren lang in Leiden, vanwaar ik assisteerde in de Hartebrug-parochie en in de parochie van Oude Wetering. Tijdens mijn emeritaat gaf Boekscout reeds mijn boeken Tropenjaren en Afgedwongen Veranderingen uit."