Samenvatting
Zes: de Marsvlucht is evenzeer een ruimtereis naar onze buurplaneet, als een vlucht weg van een politiek gepolariseerde thuisbol. Maar de bemanningsleden, met hun verschillende nationaliteiten, blijken zo te zijn gekozen dat ze de Aardse machtsspelletjes gewoon meenemen. Het verhaal begint wanneer dit pijnlijk duidelijk wordt: 100 dagen na het vertrek wordt één van hen vermoord aangetroffen. Dit is het relaas van een expeditie waarin de bemanning zwaar zal worden beproefd, terwijl de landing op Mars almaar nadert. Om op een vreemde planeet te overleven, zal elk van hen wel verplicht worden om meer dan enkel meningsverschillen opzij te schuiven.
Uit het boek
Het zicht door mijn venster zette in mij elke keer weer verschillende gevoelens los. Schoonheid, maar ook koude hardvochtigheid, angst, trots, euforie, kwetsbaarheid, tijdloosheid, zaten allemaal in elkaar vervlochten in een enkele blik. Een onbeschrijfelijke rijkdom, zeker voor een dromer zoals ik. Omdat de zon zich altijd achter het schip bevond, was het nooit nodig dat uitzicht af te sluiten, hoewel dat kon via het drukscherm boven ons bed. Dat veranderde een soort inwendige polariteit van een deel van de beglazing, wat van het venster een droge, matte witte muur maakte. Ik kon me niet voorstellen dat iemand aan boord dat ook echt nodig had tijdens de heenvlucht, maar op Mars en met de terugreis ging dat anders worden.
Het tijdelijke geruild voor het eeuwige. Tijdelijk.
In deze alles bevattende leegte mogen wij misschien onbeduidend lijken.
Toch vraag ik mij af, of wij als mens dit kunnen aanschouwen. Er kunnen over reflecteren.
Maakt ons dat onbeduidend, of juist beduidend?
Nooit is iets gevonden dat op ons lijkt, dat denkt, bekijkt.
We zijn uniek als sterveling. Een aberratie, of juist niet?
Zijn we een kleine vrucht, onooglijk groeiend in een zo ontzaglijk ei?
Deze expeditie, voor ons zo spectaculair, maar astronomisch stelt het niets voor.
Geen ster, geen nevel, zal om ons geven.
Als wij verdwenen zullen zijn, en ontelbare generaties later, dezelfde gedachte, dezelfde reflectie wordt gemaakt...
Geen ster zal erom geven.
Over de auteur
"Ik ben een 31-jarige chemische laborant die ondertussen al even geleden een idee kreeg voor een verhaal. Schrijven zat al langer in mijn bloed, al van toen ik leerde lezen. Zo lang ik het mij kan herinneren, heeft ruimtevaart en het heelal tot mijn verbeelding gesproken. Veel sciencefiction heb ik niet nodig in deze werkelijkheid, die zo ontzaglijk is; zo ongehoord ongelooflijk, dat nu nog, vele mensen moeite hebben hem te accepteren. Dit is een belangrijke gedachte in mijn verhaal. Nu ik ermee naar buiten kom, durf ik mezelf voor het eerst als schrijver te aanvaarden. Dit boek is mijn proefstuk."